AMCHA biedt psychosociale hulp vanuit behandelcentra in Jeruzalem, Tel Aviv, Ramat Gan, Netanya, Petach Tikwa, Holon, Haifa, Kiriyat Motskin, Be’er Sheva, Ashkelon, Rehovot en Sderot en Nahariya.

Daarnaast is de organisatie actief in kleinere centra verspreid over het land: Arad, Bat Yam, Ben Ami, Bait Kama, Dorot (Gilboa), Ein HaShofet, Hadera, Hof HaSharon, Kfar Maimon, Kfar Rupin, Kiriyat Tivon, Ma’alot, Makviim, Meitar, Mismar, HaEmek, Nir Israël, Pardes Hana, Savyon, Shoval, Tkuma, Urim Yad Benjamin en Yad Natan.

Professionals en vrijwilligers
AMCHA is een non-profit organisatie die wordt erkend door de Israëlische overheid, onder andere de Ministeries van Gezondheid en -Financiën. Eind 2012 had AMCHA 408 professionele hulpverleners in dienst, onder wie zeventien psychiaters. Een groep van 900 getrainde vrijwilligers is beschikbaar voor huisbezoek en voor hand- en spandiensten. Zij worden bijgestaan door deskundige begeleiders. Deze groep ontving in 2009 ‘The Tel Aviv Mayor Outstanding Volunteer Award’. In mei 2012 ontving AMCHA een onderscheiding van het Israëlische Parlement voor de bijdrage aan het welzijn van de sjoa-overlevenden en hun familie. In 2012 heeft AMCHA contact gehad met in totaal 16.032 cliënten. Dit betekent een toename van zo’n 15 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Aanhoudende spanningen in het Midden Oosten dragen daaraan bij. Dit geldt vooral in een plaats als Sderot, aan de grens bij Gaza, waar vrijwel dagelijks raketinslagen plaats vinden. Ook recente bedreigingen vanuit Syrië en Iran veroorzaken bij veel ouderen extra angst en stress. Door de vergrijzing worden steeds meer cliënten minder mobiel, waardoor hulpverleners vaker op huisbezoek moeten. Dat legt een groot beslag op beschikbare werkuren. Oudere cliënten kunnen wegens plaatsgebrek vaak niet terecht in verzorgings- en verpleegtehuizen. Regelmatig adviseert AMCHA collega’s die slachtoffers van (oorlogs)geweld behandelen.

Hoe lang nog?
De jongste overlevenden van de Sjoa zijn geboren rond 1945. In Israël is de gemiddelde levensverwachting 80 jaar. Dit betekent dat de psychosociale hulp aan overlevenden zeker nodig blijft tot 2024. De omvang zal dus afnemen met het natuurlijk verloop van de doelgroep. AMCHA signaleert dat de vraag naar psychosociale hulp voor de holocaust-overlevenden en de tweede generatie slachtoffers in Israël groot blijft, waardoor de capaciteit van AMCHA soms tekort schiet. De spreiding van hulpcentra dekt slechts een deel van het land. 

Overlevenden
Bijna zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn de emotionele en sociale gevolgen nog altijd voelbaar. In Israël vormen de circa 200.000 overlevenden met hun kinderen en naaste familie een groep van één miljoen personen die op één of andere wijze is getroffen. Uit onderzoek blijkt dat velen nog steeds in angst leven. De tweede generatie overlevenden ervaart de effecten van de zogenoemde ‘transgenerationele overdracht’ van holocausttrauma’s.

Budget en begroting 2012/2013
In 2012 bedroeg het werkbudget van AMCHA Israël 41,5 miljoen shekel (ca. € 8,3 miljoen). Het aantal cliënten nam in die periode toe met 50% (van 10.609 tot 16.032 in december 2012). De inkomsten waren voor 20 tot 25% afkomstig van donaties door Vrienden van AMCHA buiten Israël. AMCHA Israël heeft het boekjaar 2012 moeten afsluiten met een tekort van 10.000 shekel (ca. € 2.000). Eigen bijdragen van cliënten voorzien in belangrijke mate in de kosten van de behandelingen. AMCHA Israël blijft zo voor 20% aangewezen op financiële steun uit het buitenland. De begroting voor 2013 is vastgesteld op 44 miljoen shekel (ca. € 9,5 miljoen).

Behandeluren
Het aantal professionele behandeluren was 141.000 per jaar, terwijl de 900 gekwalificeerde vrijwilligers in totaal meer dan 69.000 uren hebben besteed aan ondersteuning van hun cliënten. Een vrijwilliger besteedt dus gemiddeld 76 uur per maand aan hulpverlening: een indrukwekkende inzet! Professionele hulpverleners hebben in 2012 in totaal 33.177 huisbezoeken afgelegd.